Spelregels 7 tegen 7


De scheidsrechter

Je meld je van tevoren in de bestuurskamer en zegt dat je scheidsrechter bent. Zorg dat je op tijd op het veld aanwezig bent, minimaal 5 minuten van tevoren. Een goede scheidsrechter draagt geen spijkerbroek op het veld maar een trainingspak of scheidsrechtertenue. Zorg dat je een fluitje en stopwatch hebt. Deze liggen in de keukenla in de bestuurskamer. Zorg ook dat je pen en papier bij je hebt om de score bij te houden en een muntje om te tossen. Als het spel eenmaal is begonnen probeer dan zoveel mogelijk in de buurt van de bal te zijn, zonder dat je de spelers in de weg loopt.

Aantal spelers en wissels

Een team bestaat uit en doelman en zes veldspelers. De doelman moet goed herkenbaar zijn en dus niet in hetzelfde shirt als de veldspelers lopen. Als een team maar 5 veldspelers heeft mag je ook al beginnen. Er mag onbeperkt gewisseld worden. Een speler die gewisseld is, mag er later dus ook weer inkomen. Let er wel goed op dat bij een wissel niet ‘even’ teveel spelers in het veld staan. De leider mag gewoon wisselen als de spelers aan het voetballen zijn. Ze hoeven dus niet te wachten tot de bal uit het spel is.

Speeltijd

Wanneer je niet weet hoe lang een team moet spelen, gebruik dan het volgende ezelsbruggetje. De senioren en A-junioren spelen 2x45 minuten. Bij iedere categorie gaat er steeds 5 minuten van af. De B-junioren spelen dus 2x40 minuten, C-junioren 2x35 minuten, D-pupillen 2x30 minuten, E-pupillen 2x25 minuten en F-pupillen 2x20 minuten.

Spelbegin

Als beide teams klaar zijn kun je beginnen. Je laat je muntje zien en vraagt de tegenstander kop of munt te kiezen. Als hij wint mag hij een kant kiezen en heeft Kagia de aftrap. Verliest hij de toss dan mag Kagia een kant kiezen en trapt de tegenstander af. Je hoeft niet altijd te tossen. Je kan ook gewoon een team laten aftrappen. De aftrap is op het midden van het veld. Let er op dat de tegenstander ongeveer 5 meter (7 grote stappen) van de bal afstaat. Pas als je één keer (hard) fluit mogen ze beginnen.

Speleinde

Als het tijd is, fluit je 3x kort op je fluitje. Zorg wel dan je goed hard blaast zodat iedereen het kan horen.

Positie van de scheidsrechter

Als scheidsrechter probeer je zo weinig mogelijk stil op het veld te staan. Probeer altijd in de buurt van de bal te zijn zodat je goed kan zien of er een overtreding is gemaakt, of de bal over de zijlijn is gegaan en of er een doelpunt gemaakt is. Het beste kun je tussen de 10 en 20 meter van de bal af staan. Als de bal opeens jouw kant op komt, schrik dan niet maar blijf gewoon even stilstaan. Natuurlijk probeer je de spelers niet in de weg te staan.

Buitenspel

Bij de F- en E-pupilen doen we niet aan buitenspel. Maar als een speler voordurend voor het doel van de tegenstander staat, terwijl het spel zich daar niet afspeelt en ontvangt hij de bal en wil gaan scoren, dan mag je fluiten (het liefst voordat er wordt gescoord). Er is dan heel erg veel voordeel en dat mag niet. Als je ziet dat een speler veel voor het doel van een tegenstander staat (balletjes afwachten) mag je tegen deze speler zeggen dat het niet mag.

Strafschop

Alleen als het écht niet anders kan, mag je een strafschop (penalty) geven. Als iemand bijvoorbeeld per ongeluk hands maakt, kun je beter geen strafschop geven. Deze geef je natuurlijk wel als er expres hands wordt gemaakt en zo een doelkans wordt ontnomen of een keiharde overtreding vlakbij het doel. Leg bij een strafschop de bal op ongeveer 8 meter (ongeveer 11 grote stappen) en zorg dat alle speler achter de bal staan. Pas als jij fluit mag de strafschop genomen worden.

Terugspeelbal

Bij de F- en E-pupillen mogen keepers een terugspeelbal gewoon met hun handen pakken.

Achterballen 

Achterballen mogen door de keeper genomen worden door de bal uit de hand te schieten of te gooien. Zorg wel dat de keeper niet door de tegenstander gehinderd wordt. Wanneer dit wel gebeurt laat je de keeper gewoon de achterbal overnemen.

Hoekschoppen

Hoekschoppen worden als “halve corners” genomen. Als de spelertjes niet weten waar ze de bal moeten leggen, help ze dan een beetje en leg de bal ongeveer in het midden van de hoekvlag en de doelpaal bij de Fjes. Bij de E-tjes moet de bal op ongeveer 3⁄4 van de lijn liggen.

Straf

Bij spelbederf, harde overtredingen die expres worden gedaan, onsportief gedrag of een grote mond tegen de scheidsrechter kun je een speler 5 minuten het veld uit sturen. Er mag dan geen andere speler hiervoor in de plaats het veld in komen. Zeg wel duidelijk tegen de speler dat hij er 5 minuten af moet en houd goed deze tijd in de gaten. Als een speler heel erg gewelddadig is, je voor hele erge dingen uitscheld of expres naar iemand spuugt mag je deze speler helemaal van het veld sturen. Deze mag dan niet meer terugkomen en mag ook niet worden vervangen. Je hoeft in deze gevallen geen gele of rode kaart te geven. Je zegt gewoon welke straf je geeft en waarom.

Vrije schop

Als je fluit voor een overtreding mag de vrije trap altijd ‘direct’ genomen worden. Dit betekent dat er direct gescoord mag worden. Zorg dat de tegenstander op ongeveer 5 meter van de bal staat, net als bij de aftrap. Zorg wel dat je goed hard fluit zodat iedereen het goed kan horen. Wanneer D-pupillen 7 tegen 7 voetballen, mag je ook een indirecte vrije trap geven. Dit mag alleen bij gevaarlijk spel, obstructie/hinderen, overtreding tegen een medespeler, wisselspeler of (assistent) scheidsrechter (commentaar is ook een overtreding) en wanneer de keeper de bal langer dan 6 seconden in zijn hand houd.

Inworp

Bij een inworp moet de bal over het hoofd met beide handen worden gegooid. Als het de eerste keer niet helemaal goed gaat, fluit dan af en laat de speler de inworp opnieuw nemen. Je kan ze natuurlijk dan even uitleggen hoe ze het wel goed kunnen doen. Geef nooit een inworp aan het andere team wanneer een inworp fout wordt gegooid.

Scheidsrechtersbal

Als je ergens voor fluit maar het is geen vrije trap voor één van de teams, dan begin je het spel weer met een scheidsrechtersbal. Vraag twee spelers tegenover elkaar te gaan staan en laat de bal van borsthoogte op de grond vallen (gewoon laten vallen, niet gooien). Zeg wel tegen de spelers dat de bal eerst de grond moet raken voordat ze hem mogen aanraken. Raken ze de bal toch eerder aan, dan neem je de scheidsrechtersbal opnieuw.

Na afloop

Bij de E-tjes en de F-jes worden er na de wedstrijd altijd strafschoppen genomen (penalty’s). Kies en doel uit waar de meeste ouders staan en leg de bal op ongeveer 8 meter (11 stappen). Leg je pen of iets anders op deze hoogte zodat je niet iedere keer hoeft te meten. Ga zelf halverwege de bal en het doel aan de zijkant staan zodat je alles goed kunt zien. Je hoeft niet op te schrijven of er een doelpunt gemaakt wordt. Let er wel op dat de keeper in het doel klaar moet staan voordat de strafschop genomen wordt. Je kan eventueel met de spelers afspreken dat ze pas de strafschop mogen nemen als jij fluit. De keepers nemen natuurlijk ook een strafschop.

Ouders

Er staan vaak ouders of andere familie langs de lijn om de spelers aan te moedigen. Er zijn helaas ook ouders die allemaal rare en nare dingen naar de spelers of naar jou roepen. Als een ouder steeds commentaar op je heeft of over het veld roept dat ze iemand moeten schoppen, dan mag je hier wat van zeggen. Als het spel even stil ligt kun je naar deze ouders lopen en vragen om te stoppen. Als je dit eng vind kun je het ook tegen de leider van het team van Kagia zeggen. Ouders mogen nooit het veld in komen, behalve wanneer ze helpen bij een blessure. Doen ze dit toch, dan mag je er wat van zeggen.

This website uses cookies to manage authentication, navigation, and other functions. By using our website, you agree that we can place these types of cookies on your device.

You have declined cookies. This decision can be reversed.

You have allowed cookies to be placed on your computer. This decision can be reversed.