Bink Welling kwam terug bij Kagia met een duidelijk doel. Hij wilde plezier terugvinden in het voetbal, maar ook kijken waar zijn plafond lag. Na vier jaar bij Koninklijke HFC, waar hij in de Onder 19-1 op landelijk niveau speelde, koos de achttienjarige Lissenaar voor een andere route.
“Ik was het plezier een beetje kwijt. Ik zat bij HFC echt met één doel: hogerop komen. Maar het was toch niet helemaal mijn club. Ik kon moeilijk tussen die gasten komen. Het waren niet echt het soort vrienden die ik thuis had.”
Toen Kagia met het plan kwam om een Onder 23-team op te zetten, viel er voor Welling iets op zijn plek. Hij begon ooit bij de club en kende de omgeving. Bovendien kon hij vrienden meenemen. “Eigenlijk heb ik mijn eigen vrienden meegenomen naar Kagia. Nu hebben we een fantastisch vriendenteam, slash serieus team. We zijn kampioen geworden en ik heb gewoon een stukje plezier teruggevonden.”
Dat hij bij Onder 23 speelt, betekent niet dat hij zijn sportieve lat laag legt. Integendeel. “Waar ik vandaan kwam, had ik misschien wel iets meer aansluiting bij het eerste verwacht. Ik heb een paar potjes meegespeeld met het eerste van Kagia. Dat ging ook wel. Maar ik denk dat je veel ervaring moet hebben om echt mee te komen.” Zijn doel is helder. “Niet per se hogerop meer. Ik wil gewoon heel graag het eerste halen. En als je dat op zo jong mogelijke leeftijd kan doen, dan kan je daarna altijd nog verder kijken.”
Het eerste seizoen van Kagia Onder 23 werd meteen een bijzonder jaar. De ploeg begon zoekend, maar groeide snel. “De eerste wedstrijd als Onder 23 was lastig. Uiteindelijk hebben we een tactiek gevonden die ons supergoed afging. Daar zijn we op verder gaan bouwen.”
Kagia ging wedstrijden winnen, pakte belangrijke punten en kwam in een titelstrijd terecht met FC Lisse. “Het kwam er eigenlijk op neer dat als wij thuis van Lisse zouden winnen, we nog meededen om het kampioenschap. Als we verloren, deden we niet meer mee.”
Die wedstrijd werd gewonnen. Daarna liet Lisse nog punten liggen en kon Kagia toeslaan. “Het was echt een strijd tussen ons en Lisse wie kampioen zou worden. Uiteindelijk zijn wij het geworden.”
“Als spelen niet wordt wat ik hoop, wil ik trainer worden”
Naast speler is Welling ook jeugdtrainer bij Kagia. Dat begon via school, toen hij stage liep bij de club. Sindsdien stond hij eigenlijk ieder jaar wel op een team. “Ik vind het superleuk om te doen. Toen kwam de vraag of ik mijn VC1 wilde halen. Dat heb ik via de club gedaan. Daarna dacht ik: dan schrijf ik me meteen in voor VC2.” Dat Kagia daarin meedenkt, waardeert hij. “Ik ben blij dat de club dat doet.” Het trainersvak is voor hem meer dan zomaar iets voor erbij. “Ik hoop natuurlijk dat het als voetballer loopt zoals ik wil. Maar als dat niet zo is, dan zou ik het trainerschap wel echt willen oppakken.”
Voetbalschool
Ook daarin denkt hij al verder. Samen met onder anderen Bjorn van Duin en Tygo Pijpers is Welling bezig met het opzetten van een voetbalschool bij Kagia. Het plan moet nog langs het bestuur, maar de TC Jeugd reageerde volgens hem positief. “We willen klein beginnen, want we weten nog niet hoe snel het gaat groeien.” De voetbalschool moet breed worden opgezet. “We willen eigenlijk het hele pakket aanbieden: training voor spelers, maar ook keepertraining.” Niet alleen Kagia-spelers moeten welkom zijn, ook kinderen van andere clubs zoals FC Lisse, DIOS of Alphen. De trainingen zouden in eerste instantie bij Kagia plaatsvinden. “Als het echt groot wordt, kan je altijd naar meerdere locaties gaan.” Voor Welling past het in zijn ontwikkeling als trainer. “Ik denk dat het helpt richting het trainerschap om zoiets op te richten”, zegt hij. Tegelijk wil hij dat Kagia er ook iets aan heeft. Niet door simpelweg geld af te dragen, maar door de club zichtbaarder te maken. “We willen investeren in clinics, evenementen of voetbaltoernooien op de club. Daardoor komt Kagia ook meer in beeld.”